Collectie Zeeland
Verhalen
Leven en werken op het platteland
Op de vruchtbare Zeeuwse klei stond het dagelijks leven in het teken van het agrarisch bedrijf. Van de schapen op de schorren tot de Zeeuwse tarwe die met paardenkrachten werd geoogst. Het Zeeuwse land was een goede voedingsbodem en daar werd optimaal gebruik van gemaakt.
Het oude grondgebruik
In de late steentijd begonnen de mensen in Zeeland met het bewerken van grond en het houden van vee. Ze woonden op één plek bij elkaar, in tegenstelling tot de jagers en verzamelaars và³à³r hen, die in kleine groepen door het gebied trokken. Resten van zo’n prehistorische nederzetting zijn gevonden bij Haamstede. In de Romeinse tijd werd ook vee gehouden en vlas verbouwd. Ook wonnen de Romeinen zout uit het veen. Na de Romeinse tijd trok de bevolking uit Zeeland weg. Toen er in de vroege middeleeuwen weer mensen kwamen wonen, hielden zij schapen op de schorren en op de hoger gelegen delen werden graan en andere akkerbouwproducten verbouwd. En ook de zout- en turfwinning was belangrijk. Doordat er meer steden kwamen, werd de landbouw commerciëler. De steden moesten namelijk van voedsel worden voorzien, maar ook van grondstoffen voor de nijverheid zoals vlas.